geven

Dari Wiktionary bahasa Indonesia, kamus bebas
Langsung ke: navigasi, cari

bahasa Belanda[sunting]

Verba[sunting]

geven

  1. memberi.

Konjugasi[sunting]

Infinitif: geven
Bentuk kini Bentuk lampau
Tunggal Jamak Tunggal Jamak
ik geef wij geven ik gaf wij gaven
jij geeft jullie geven jij gaf jullie gaven
hij/zij geeft zij geven hij/zij gaf zij gaven
Partisip kini [kata kerja bantu) Partisip lampau Imperatif Subjungtif
gevend (hebben) gegeven geef geve